In november 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep een belangrijke uitspraak gedaan over onjuiste WGA-toerekeningsbesluiten bij eigenrisicodragers (WGA-ERD).
Waar het UWV tot voor kort terughoudend was met correcties met terugwerkende kracht, maakt deze uitspraak duidelijk dat dat beleid te beperkt is.
In onze praktijk zien wij dat werkgevers soms jarenlang geconfronteerd worden met hoge lasten op basis van een besluit dat later juridisch onjuist blijkt. De vraag is dan: kan het UWV daarop terugkomen en moeten eerder verhaalde bedragen worden gecorrigeerd?
Wat speelde er in deze zaak?
Een werkgever had het UWV verzocht terug te komen van een eerder genomen WGA-toerekeningsbesluit. Volgens de werkgever was dat oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist.
Daarnaast vroeg de werkgever om correctie met terugwerkende kracht van de bedragen die inmiddels waren verhaald.
Het UWV hanteerde het beleid dat alleen in uitzonderlijke situaties met terugwerkende kracht wordt gecorrigeerd. In dit geval werd het verzoek afgewezen.
De werkgever ging hiertegen in beroep.
Wat oordeelde de Centrale Raad van Beroep?
De Centrale Raad maakte duidelijk dat het UWV niet kan volstaan met een star beleid.
Als een oorspronkelijk besluit onmiskenbaar onjuist is, moet bij een verzoek om daarop terug te komen een belangenafweging plaatsvinden. Daarbij moet worden beoordeeld of het afwijzen van dat verzoek evident onredelijk is.
Belangrijk is dat de Raad expliciet heeft geoordeeld dat:
- het financiële nadeel dat een werkgever lijdt, moet worden meegewogen;
- de rechtszekerheid en het uitvoeringsbelang van het UWV in deze afweging ondergeschikt zijn.
Dat is een duidelijke verschuiving ten opzichte van het eerdere terughoudende beleid.
(ECLI:NL:CRVB:2024:2178, 20 november 2024)
Wat betekent dit in de praktijk voor WGA-eigenrisicodragers?
In de praktijk zien wij regelmatig dat werkgevers pas later ontdekken dat een WGA-toerekening niet klopt. Bijvoorbeeld doordat:
- een arbeidsongeschiktheidspercentage achteraf onjuist blijkt;
- een uitkering ten onrechte aan de werkgever is toegerekend;
- medische of arbeidskundige aannames niet houdbaar blijken.
Tot nu toe was het lastig om correctie met terugwerkende kracht af te dwingen. Deze uitspraak biedt daarvoor meer ruimte.
Dat betekent niet dat elke fout automatisch wordt hersteld. Maar het UWV moet wel concreet motiveren waarom het financieel nadeel voor de werkgever niet zwaarder weegt dan het uitvoeringsbelang.
Wanneer kan dit relevant zijn?
Deze uitspraak is vooral relevant voor:
- WGA-eigenrisicodragers;
- werkgevers die worden geconfronteerd met forse verhaalslasten;
- situaties waarin achteraf blijkt dat een toerekeningsbesluit juridisch niet klopt.
Het is daarbij belangrijk om te beoordelen of sprake is van een “onmiskenbaar onjuist” besluit. Dat is een hoge drempel, maar niet onhaalbaar.
Twijfelt u over een WGA-toerekening?
Bij SV-Specialisten beoordelen wij regelmatig toerekeningsbesluiten voor werkgevers en verzekeraars.
De kernvragen zijn dan:
- Is het oorspronkelijke besluit juridisch houdbaar?
- Is sprake van een evidente fout?
- Kan correctie met terugwerkende kracht worden gevorderd?
- Hoe zwaar weegt het financieel nadeel?
Deze uitspraak onderstreept dat het loont om oude besluiten kritisch te laten toetsen, zeker wanneer het om substantiële bedragen gaat.
Wilt u weten of deze uitspraak relevant is voor uw situatie als WGA-eigenrisicodrager?
Neem gerust contact met ons op voor een inhoudelijke beoordeling.






