Een werknemer heeft recht op ziekengeld als hij door ziekte niet in staat is het werk te verrichten dat hij vóór de ziekmelding deed. In de Ziektewet heet dat de maatstaf van “zijn arbeid”.
In de praktijk wordt het ingewikkelder wanneer iemand eerder een WIA-beoordeling heeft gehad, vervolgens een WW-uitkering ontvangt en tijdens die WW gedeeltelijk weer aan het werk gaat. Bij een nieuwe ziekmelding kan dan sprake zijn van een gecombineerde maatstaf “zijn arbeid”.
In onze praktijk zien wij dat deze regeling vaak verkeerd wordt toegepast. Dat kan grote gevolgen hebben voor het recht op ziekengeld en voor de vraag of een werknemer financieel wordt beschermd tijdens ziekte.
Wat betekent “zijn arbeid” binnen de Ziektewet?
De Ziektewet koppelt het recht op ziekengeld aan de vraag of iemand zijn eigen arbeid nog kan verrichten. Het gaat daarbij om het werk dat direct voorafgaand aan de ziekmelding werd uitgevoerd.
Dat lijkt duidelijk, maar in dossiers waarin een werknemer al een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling heeft gehad, is de maatstaf niet altijd beperkt tot één concrete functie. Het UWV kan dan ook kijken naar functies die eerder zijn geselecteerd bij de WIA-beoordeling.
Wat veel mensen niet weten is dat dit toetsingskader sinds 2022 is aangescherpt, waardoor beëindiging van het ziekengeld minder eenvoudig is dan voorheen.
Wanneer ontstaat een gecombineerde maatstaf zijn arbeid?
Een gecombineerde maatstaf speelt met name in de volgende situatie: een werknemer is na een WIA-beoordeling niet volledig arbeidsongeschikt bevonden, ontvangt daarna een WW-uitkering en hervat tijdens die WW gedeeltelijk werkzaamheden.
Als deze werknemer zich vervolgens opnieuw ziek meldt, beoordeelt het UWV niet alleen de laatst verrichte arbeid tijdens de WW, maar ook de functies die eerder bij de WIA-beoordeling zijn geselecteerd.
De maatstaf bestaat dan uit een combinatie van beide elementen. Dat betekent dat het ziekengeld pas kan worden beëindigd als iemand geschikt wordt geacht voor zowel het werk dat hij tijdens de WW deed als voor de geduide WIA-functies.
Welke functies tellen mee sinds de wijziging in 2022?
Sinds 2022 geldt bij ziekmeldingen vanuit de WW dat niet langer één functie bepalend is, maar dat de maatstaf wordt gevormd door drie geselecteerde functies uit de WIA-beoordeling.
Dit geldt ook bij de gecombineerde maatstaf na gedeeltelijke werkhervatting.
In de praktijk betekent dit dat het UWV het ziekengeld alleen mag beëindigen wanneer een werknemer geschikt is voor beide onderdelen van de toets: het laatst verrichte werk én de drie functies die eerder zijn geselecteerd.
In onze praktijk zien wij dat het UWV soms te snel concludeert dat iemand weer arbeidsgeschikt is, zonder voldoende te motiveren waarom die geschiktheid ook geldt voor het concrete werk dat iemand daadwerkelijk verrichtte.
Waar gaat het vaak mis bij beëindiging van ziekengeld?
Een belangrijk knelpunt is dat het UWV de geschiktheid voor het laatst verrichte werk soms onvoldoende afzonderlijk beoordeelt, terwijl juist dat onderdeel doorslaggevend kan zijn.
De vraag is niet alleen of iemand theoretisch functies zou kunnen doen, maar ook of hij het werk dat hij feitelijk deed tijdens de WW nog aankan.
Dit kan financieel grote gevolgen hebben. Als het ziekengeld wordt beëindigd terwijl de werknemer het werk in werkelijkheid niet kan verrichten, ontstaat direct een inkomensrisico. Zeker bij werknemers zonder werkgever kan dat leiden tot een periode zonder uitkering.
Wat leert recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep?
De Centrale Raad van Beroep heeft in december 2024 een duidelijk voorbeeld gegeven van de gecombineerde maatstaf.
In deze zaak was een werknemer bij de WIA-beoordeling ongeschikt geacht voor haar eigen werk als huishoudelijk medewerker. Vanuit de WW hervatte zij later werkzaamheden als caregiver, waarbij de belasting feitelijk gelijk was aan haar eerdere werk.
Toen zij zich ziek meldde voor het werk als caregiver, beëindigde het UWV het ziekengeld omdat zij volgens het UWV geschikt was voor de gecombineerde maatstaf.
De Raad oordeelde echter dat het UWV onvoldoende had onderbouwd waarom zij geschikt zou zijn voor het werk als caregiver, zeker nu de Functionele Mogelijkhedenlijst vrijwel ongewijzigd was gebleven. Omdat de werknemer eerder al ongeschikt werd geacht voor vergelijkbaar werk, kon het UWV niet volstaan met een algemene verwijzing naar geschiktheid voor functies uit de WIA-beoordeling.
De Raad maakte hiermee duidelijk dat het antwoord op de eerste vraag – is de werknemer geschikt voor het laatst verrichte werk – zelfstandig en zorgvuldig moet worden gemotiveerd.
Pas als dat oordeel positief is, komt de beoordeling van de WIA-functies nog aan bod.
Wanneer is bezwaar tegen het UWV zinvol?
Bezwaar kan zinvol zijn wanneer het UWV het ziekengeld beëindigt zonder duidelijke onderbouwing van de geschiktheid voor het laatst verrichte werk.
Ook wanneer het UWV onvoldoende rekening houdt met een eerdere WIA-beoordeling of een ongewijzigde FML, is een inhoudelijke toets vaak noodzakelijk.
In onze praktijk zien wij dat bezwaar en beroep vooral kansrijk zijn wanneer de medische en arbeidskundige beoordeling te theoretisch blijft en onvoldoende aansluit bij de feitelijke werkzaamheden van de werknemer.
SV-specialisten heeft ruime ervaring met Ziektewetprocedures, WIA-beoordelingen en de samenloop daarvan. Wij beoordelen inhoudelijk of het UWV het juiste toetsingskader heeft toegepast en of procederen in uw situatie zinvol is.
Twijfelt u of het UWV bij uw ziekmelding vanuit de WW terecht uitgaat van een gecombineerde maatstaf “zijn arbeid”?
Laat uw dossier beoordelen. Neem contact op met SV-specialisten voor een inhoudelijke analyse van uw situatie en de mogelijkheden voor bezwaar of beroep.
Verwerkte jurisprudentie
Centrale Raad van Beroep 13 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2392
Centrale Raad van Beroep 28 augustus 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1684
Centrale Raad van Beroep 23 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2672






