Waarom is een WIA uitkering soms veel hoger dan de eerdere Ziektewetuitkering?

Werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor de WGA of te maken krijgen met toerekening via de Werkhervattingskas, kunnen onaangenaam verrast worden. Een werknemer die na uitdiensttreding een Ziektewetuitkering ontving van bijvoorbeeld € 2.000 per maand, krijgt bij instroom in de WIA ineens een uitkering van € 4.000 per maand.

Dat roept begrijpelijke vragen op. Hoe kan een WIA-uitkering aanzienlijk hoger zijn dan de eerdere Ziektewetuitkering? En klopt dat juridisch wel?

In onze praktijk zien wij dat dit verschil regelmatig tot discussie leidt, zeker wanneer werkgevers financieel worden geconfronteerd met hogere lasten dan verwacht.

Hoe wordt de hoogte van een Ziektewetuitkering berekend?

De Ziektewet kijkt voor de berekening van het dagloon naar het loon uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is gegaan. Andere inkomsten spelen daarbij geen rol.

Dit volgt onder meer uit artikel 15 in samenhang met artikel 29 lid 7 Ziektewet en de bepalingen uit het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.

In de praktijk betekent dit dat wanneer een werknemer meerdere banen had, maar ziek uit dienst gaat bij één werkgever, alleen het loon uit dat specifieke dienstverband bepalend is voor de hoogte van de Ziektewetuitkering.

Wat veel werkgevers niet weten is dat dit een beperkte grondslag is. Het totale inkomen van de werknemer in het refertejaar blijft bij de Ziektewet buiten beschouwing.

Hoe wordt het dagloon voor een WIA-uitkering vastgesteld?

Bij de WIA ligt dat anders. Op grond van artikel 13 Wet WIA en de artikelen 12b en 12e van het Dagloonbesluit wordt gekeken naar het totale loon dat de werknemer in het refertejaar heeft verdiend.

Dat betekent dat inkomsten uit meerdere dienstverbanden worden meegeteld bij de vaststelling van het WIA-dagloon.

In onze praktijk zien wij dat dit vooral speelt bij werknemers met meerdere werkgevers, oproepcontracten of tijdelijke nevenwerkzaamheden. Het WIA-dagloon kan daardoor aanzienlijk hoger uitvallen dan het dagloon dat eerder is gehanteerd voor de Ziektewet.

Hoe kan het verschil in de praktijk zo groot zijn?

Een voorbeeld maakt dit duidelijk.

Een werknemer gaat ziek uit dienst bij werkgever A. Zijn Ziektewetuitkering bedraagt € 2.000 per maand. Dat bedrag is gebaseerd op het loon dat hij bij werkgever A verdiende in de referteperiode.

Bij de WIA-beoordeling blijkt dat deze werknemer in hetzelfde refertejaar ook bij werkgever B en C heeft gewerkt. Het totale loon in dat jaar ligt daardoor veel hoger dan het loon bij werkgever A alleen.

De WIA-uitkering wordt vervolgens berekend op basis van het totale referte-inkomen. Dat kan leiden tot een maandelijkse uitkering van bijvoorbeeld € 4.000.

Dit kan financieel grote gevolgen hebben voor de werkgever die het WGA-risico draagt.

Wat betekent dit voor eigenrisicodragers en Whk-premies?

Wanneer een werknemer instroomt in de WGA, worden de lasten toegerekend aan de werkgever via de Werkhervattingskas of rechtstreeks bij eigenrisicodragerschap.

Als de WIA-uitkering aanzienlijk hoger is dan de eerdere Ziektewetuitkering, stijgen ook de lasten. Dat kan leiden tot hogere Whk-premies of tot hogere maandelijkse verhaalsbedragen bij eigenrisicodragers.

In onze praktijk zien wij dat werkgevers soms uitgaan van de Ziektewetuitkering als indicatie van het toekomstige WGA-risico. Dat is begrijpelijk, maar juridisch onjuist.

Waar gaat het in de praktijk vaak mis?

Het misverstand ontstaat meestal doordat wordt aangenomen dat de Ziektewet en de WIA op dezelfde manier naar het loon kijken. Dat is niet zo.

Ook wordt het WIA-dagloon niet altijd zorgvuldig gecontroleerd. Fouten in de referteperiode of in de loonopbouw kunnen leiden tot een te hoog vastgestelde uitkering.

Wat veel mensen niet weten is dat correctie van het dagloon soms nog mogelijk is, mits tijdig bezwaar wordt gemaakt tegen het WIA-besluit.

Wanneer is bezwaar tegen het WIA-dagloon zinvol?

Bezwaar kan zinvol zijn wanneer het UWV bij de berekening van het WIA-dagloon onjuiste looncomponenten heeft meegenomen of wanneer de referteperiode onjuist is vastgesteld.

Ook wanneer werkgevers onverwacht geconfronteerd worden met hoge WGA-lasten, is het verstandig om het onderliggende WIA-besluit inhoudelijk te laten beoordelen.

SV-specialisten beoordeelt dagelijks WIA- en WGA-dossiers, inclusief vraagstukken over dagloon, toerekening en eigenrisicodragerschap. Wij kijken niet alleen naar de medische beoordeling, maar ook naar de financiële en arbeidsrechtelijke gevolgen.

Wordt u als werkgever geconfronteerd met een WIA-uitkering die aanzienlijk hoger is dan de eerdere Ziektewetuitkering?

Laat het dossier beoordelen. Neem contact op met SV-specialisten voor een inhoudelijke analyse van het dagloon en de mogelijke gevolgen voor uw organisatie.

LinkedIn
X
WhatsApp
Facebook

Hulp nodig bij uw WIA-uitkering of ontslag?

Hülya Özbakir

Dit artikel is geschreven door Hülya Özbakir. Hülya is oprichter en senior jurist sociaal zekerheidsrecht bij SV-specialisten. Zij is gespecialiseerd in WIA (WGA en IVA), Ziektewet, bezwaar- en beroepsprocedures en strategisch advies bij arbeidsongeschiktheid en ontslag.

Recente blog berichten van Hülya Özbakir

Alles wat u moet weten op één plek!

Bel mij terug

Heeft u een vraag of wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen? Vul onderstaand formulier in en wij bellen u binnen één werkdag terug.