Het komt regelmatig voor dat het UWV vaststelt dat een werknemer al jaren volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Toch wordt de IVA-uitkering niet vanaf dat moment toegekend, maar pas vanaf maximaal 52 weken vóór de aanvraag.
Voor werknemers kan dat leiden tot een aanzienlijk inkomensverlies. Voor werkgevers kan het gevolgen hebben voor toerekening, premielasten en eigenrisicodragerschap.
In onze praktijk krijgen wij dan ook vaak de vraag: kan een IVA-uitkering verder terugwerken dan 52 weken? En wanneer is sprake van een zogenoemd bijzonder geval?
Wat zegt de wet over terugwerkende kracht bij een IVA-uitkering?
Artikel 64 lid 11 en 12 Wet WIA bepaalt dat een IVA-uitkering in beginsel niet kan worden toegekend met meer dan 52 weken terugwerkende kracht, gerekend vanaf de datum van aanvraag.
Dat betekent dat wanneer het UWV bijvoorbeeld vaststelt dat al per 1 mei 2020 sprake was van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, maar de aanvraag pas op 1 december 2024 is gedaan, de uitkering in beginsel niet eerder kan ingaan dan 52 weken vóór die aanvraag.
Het juridische uitgangspunt is dus helder. De vraag is of daarop uitzonderingen mogelijk zijn.
Wanneer is sprake van een bijzonder geval?
De wet biedt ruimte om in een bijzonder geval af te wijken van de 52-wekentermijn. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep blijkt echter dat dit criterium terughoudend wordt toegepast.
De bewijslast ligt bij degene die om terugwerkende kracht verzoekt. Er moet worden aangetoond dat betrokkene redelijkerwijs niet in verzuim is geweest bij het te laat indienen van de aanvraag.
Volgens vaste jurisprudentie is daarvan sprake wanneer de verzekerde – mede door zijn medische situatie – geen inzicht had in de ernst, aard en duurzaamheid van zijn beperkingen. Met andere woorden: als iemand door zijn gezondheidstoestand niet kon overzien dat een IVA-aanvraag aan de orde was, kan dat een bijzonder geval opleveren.
In onze praktijk zien wij dat dit vooral speelt bij complexe psychiatrische problematiek of situaties waarin de belastbaarheid sterk fluctueert.
Kan een gepland heronderzoek door het UWV een bijzonder geval opleveren?
Een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep heeft hierover duidelijkheid gegeven.
In die zaak was door een UWV-arts aangegeven dat een herbeoordeling na een jaar zinvol zou zijn. De werkgever verzocht later om een herbeoordeling en stelde dat sprake was van een bijzonder geval, omdat het UWV zelf een heronderzoek had voorzien.
De Raad oordeelde dat dit geen bijzonder geval oplevert. Het feit dat een arts een toekomstig heronderzoek wenselijk acht, betekent niet dat het UWV wettelijk verplicht is om automatisch tot herbeoordeling over te gaan.
Ook werd geoordeeld dat de werkgever onvoldoende had onderbouwd waarom zij redelijkerwijs niet eerder een aanvraag had kunnen doen. Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat de werknemer zelf niet eerder om een herbeoordeling had kunnen verzoeken.
De IVA-uitkering werd daarom niet met meer dan 52 weken terugwerkende kracht toegekend. Deze lijn sluit aan bij eerdere uitspraken, waaronder ECLI:NL:CRVB:2010:BN7819 en recentere rechtspraak uit 2022, 2023, 2024 en 2025.
Wat zijn de financiële gevolgen van de 52 weken beperking?
De beperking tot 52 weken kan grote financiële gevolgen hebben.
Voor werknemers betekent dit mogelijk een gemiste periode van IVA-uitkering, terwijl achteraf vaststaat dat zij al eerder volledig en duurzaam arbeidsongeschikt waren. Het verschil tussen een WGA-uitkering en een IVA-uitkering kan aanzienlijk zijn, zowel in hoogte als in duur.
Voor werkgevers kan dit invloed hebben op toerekening via de Werkhervattingskas of op lasten bij eigenrisicodragerschap. Ook kan de ingangsdatum van de IVA-uitkering relevant zijn voor lopende WGA-verplichtingen.
Wat veel mensen niet weten is dat de keuze om wel of geen herbeoordeling aan te vragen dus niet alleen medisch, maar ook financieel strategisch van belang kan zijn.
Waar gaat het in de praktijk vaak mis?
In onze praktijk zien wij dat aanvragen voor herbeoordeling soms te lang worden uitgesteld, in de veronderstelling dat het UWV zelf actie zal ondernemen. Die aanname blijkt juridisch onjuist.
Ook wordt regelmatig onvoldoende onderbouwd waarom sprake zou zijn van een bijzonder geval. Alleen verwijzen naar ernst van de ziekte is niet voldoende. Er moet concreet worden aangetoond dat het ontbreken van inzicht of handelingsvermogen de oorzaak was van de late aanvraag.
Daarnaast wordt de rol van de werkgever soms overschat. Hoewel werkgevers een herbeoordeling kunnen verzoeken, ligt het primaire recht op aanvraag bij de werknemer.
Wanneer is bezwaar of juridisch advies zinvol?
Juridisch advies is aan te raden wanneer het UWV een IVA-uitkering beperkt tot 52 weken terugwerkende kracht, terwijl er aanwijzingen zijn dat eerder aan de voorwaarden werd voldaan.
Ook wanneer discussie bestaat over de vraag of een werknemer redelijkerwijs in verzuim is geweest, is een zorgvuldige juridische analyse noodzakelijk.
SV-specialisten begeleidt zowel werknemers als werkgevers bij IVA-aanvragen, herbeoordelingen en procedures over terugwerkende kracht. Wij beoordelen per dossier of het criterium bijzonder geval onderbouwd kan worden en of bezwaar of beroep kansrijk is.
Twijfelt u of een IVA-uitkering terecht is beperkt tot 52 weken terugwerkende kracht?
Laat uw dossier beoordelen. Neem contact met ons op voor een inhoudelijke analyse van uw situatie en de mogelijkheden binnen de Wet WIA.
Verwerkt juridisch kader
Artikel 64 lid 11 en 12 Wet WIA
ECLI:NL:CRVB:2010:BN7819
ECLI:NL:CRVB:2015:3079
ECLI:NL:CRVB:2022:2258
ECLI:NL:CRVB:2023:959
ECLI:NL:CRVB:2024:726
ECLI:NL:CRVB:2025:17






